LET
OP:
Bovenstaande
geldt alleen als er tenminste 12 wedstrijden voor de klassen libre,
driebanden en senioren zijn gespeeld.
Veel gestelde vragen
Er komen regelmatig vragen omtrent de juistheid en de
berekeningsmethodiek van de nieuwe moyennes. Ter informatie worden onderstaand de meest
gestelde vragen/onduidelijkheden kort toegelicht;
1. Welk schema van wedstrijden
wordt er gehanteerd?
Er wordt in principe geen wedstrijdschema
gehanteerd.
Het computersysteem kijkt uitsluitend naar de speeldata van
de wedstrijden. Voor de
moyenneberekening worden alle gespeelde wedstrijden op datum achter elkaar gezet.
2. Hoe moeten uitgestelde
resp. inhaalwedstrijden ingepast worden?
Een uitgestelde resp. inhaalwedstrijd wordt pas
opgenomen op het moment dat deze ook daadwerkelijk gespeeld is.
De datum van de wedstrijd
die gebruikt wordt voor de moyenneberekening is de echte speeldatum.
Dus niet de datum van
het oorspronkelijke wedstrijdschema!!!
3. Wat gebeurt er met
invalbeurten bij andere team?
Ook deze wedstrijden worden op speeldatum ingevoerd en
doen dus ook mee voor de bepaling van het nieuwe moyenne
(uiteraard mits uitgeloot).
4. Hebben mijn teamgenoten en
ik dezelfde wedstrijdennummering?
Dat kan, maar is absoluut niet noodzakelijk.
M.a.w. als
alle spelers van het team allemaal dezelfde wedstrijden hebben
gespeeld en niet zijn
ingevallen in een ander team, dan hebben zij exact dezelfde wedstrijdnummering.
Echter,
als spelers wedstrijden zijn uitgevallen of wedstrijden bij andere teams zijn ingevallen,
dan is de
wedstrijdnummering geheel anders. M.a.w. de wedstrijdnummering is in vele
gevallen heel persoonlijk en vaak
verschillend van de teamgenoten onderling.
5. De moyennes wijken sterk af
van het daadwerkelijke kunnen van de spelers.
Zeer frequent krijgen we te horen
dat de moyennes sterk naar boven of naar beneden afwijkingen doordat uitsluitend
goede of uitsluitend slechte wedstrijden
zijn uitgeloot. Een aantal steekproeven (de gehele B-klasse driebanden en 65
leden
van 2 verenigingen) heeft echter uitgewezen dat de spreiding in moyenne tussen
de loting en het algemene
moyenne over alle wedstrijden, plus of min
10 % bedraagt (individueel bekeken).
Over
de gehele B-klasse bedraagt het verschil tussen deze moyennes slechts 0,5 % en
bij de 2 verenigingen als totaal
slechts 1,0 %. De opmerking "alleen de
slechte/goede wedstrijden zijn uitgeloot" is veelal een suggestieve
waarneming.
Natuurlijk zijn er op deze regel ook
uitzonderingen en mocht een speler zich dan tekort gedaan voelen wat betreft
zijn
nieuwe moyenne, is de club altijd vrij deze
speler het nieuwe seizoen hoger op te geven.
Dit zal door de competitieleider
geaccepteerd worden, onder voorwaarde dat hierdoor geen "klasse-winst"
behaald wordt.
B.v. met het uitgelote moyenne wordt het
team in de klasse 2A ingedeeld, maar door 1 of meerdere spelers hoger op te
geven zouden zij in de klasse 1D terecht
komen. Dit zou ten koste gaan van een ander team en is derhalve niet
acceptabel.
